“Mijn kinderen zijn mijn alles”

Deze tekst is tot stand gekomen dankzij Amfora vzw. Deze organisatie helpt om je verhaal op te tekenen en er een mooi boekje van te maken. Een verhalenschrijver komt bij jou op interview. In dit gesprek ga je op zoek naar de essentie van jouw leven. Je blikt terug en kijkt vooruit. Een eindelevensverhaal is geen biografie, maar wel een portret van wie jij bent als mens, achter de ziekte of ouderdom, en van hoe je herinnerd wil worden.

Het is gezellig in de woonkamer in Zonhoven. Daisy de kat krult zich lekker tegen haar baasje op in de zetel. Zelfbewust en vrolijk vertelt Lily over haar leven en haar ziekte. “Vandaag gaat het goed. Ik voel me even geen patiënt.” De chemobehandelingen die Lily ondergaat, hebben hun nare bijwerkingen, maar een week later gaat het meestal weer beter.

“Het heeft even geduurd voordat ik de kracht vond om dit gesprek te voeren. Mijn oudste zoon Kris heeft het voorgesteld, maar ik heb getwijfeld. En toen dacht ik, omdat ik mijn vier kinderen zo graag zie, wil ik het toch doen. Mijn kinderen zijn alles voor mij. Door de kanker zijn we dichter naar mekaar gekomen. We praten ook vaak met elkaar. De ziekte geeft je een andere levensvisie. Je wordt milder. We delen veel meer dan vroeger en daardoor begrijpen we mekaar beter. Mijn kinderen nemen me alles uit handen. Zelfs om de administratie hoef ik me niet meer te bekommeren. Dus ik denk wel dat ze me graag zien. Ze komen op bezoek en doen ook uitstapjes met me. Ik ben blij dat ze me komen halen, want zelf autorijden kan en durf ik niet meer. Ze wonen niet in de buurt en toch doen ze het. Ik weet niet hoe ik zonder hun hulp zou verder kunnen.”

“Ik heb twee zonen en twee dochters: Kris is de oudste, Bert woont in Gent en Eef en Sylke zijn de zusjes. Elk op hun eigen manier staan ze me bij. Bert zie ik minder door de afstand, maar hij belt me regelmatig en dan praten we helemaal bij. Ze zijn alle vier goed op hun pootjes terechtgekomen en daar ben ik trots op. Door mijn echtscheiding heb ik een groot deel van hun jeugd alleen voor hen gezorgd. Hun studies liepen goed. Ik ben dankbaar dat ik dit voor hen heb klaargespeeld. Ria mijn zus, die ook dicht bij me staat, zegt: ‘Hoe heb je het toen toch maar gedaan?’ Het antwoord is eenvoudig. Door niet op te geven en sterk te blijven.”

“Maar nu moet ik hen loslaten, en dat kost me moeite. Ik kan het verdriet om mijn afscheid niet wegnemen. Mijn kinderen gaan hier ook moeten opruimen en het huis leegmaken. Met alle herinneringen die dan naar bovenkomen. Het zal een droevige tijd zijn. Het enige goede gevoel is dat Jos, mijn ex-partner, er wel voor hen zal zijn.”

“Spijt over hoe mijn leven is gelopen, heb ik niet. Ik ben opgegroeid in de mijnwerkerscité in Waterschei. Ik kom uit een Oekraïens-Duits gezin met zes kinderen. We hadden het niet breed en het was niet gemakkelijk. Ik had snel door dat ik voor mezelf moest opkomen. En dat heb ik ook gedaan. Ik heb Jos leren kennen en we zijn jong getrouwd. Naast ons druk gezin openden we een kledingwinkel ‘Jolly’ in Genk. Het was een fijne, drukke tijd. De zaak draaide goed en ik was gelukkig. Het contact met de klanten, mooie kleding uitkiezen en bijpassende juwelen uitzoeken, de nieuwe collecties aankopen: het was allemaal heel fijn. Vooral de stoffen voelen en mooie combinaties maken, deed ik graag. Ik ben gek van stoffen, dat is mijn passie. Ik hou ervan. Door omstandigheden zijn Jos en ik later uit elkaar gegaan en is de winkel gesloten. Mijn leven veranderde helemaal. Ik stond er alleen voor, maar ik ben toch doorgegaan. En ik ben er fier op.”

“Vier jaar geleden ben ik een opleiding meubelstoffeerder begonnen. Ik kon er mijn creativiteit in kwijt en ik kon opnieuw met stoffen werken. Jammer, maar het laatste jaar heb ik niet kunnen beëindigen. Het fijne gevoel in mijn vingers raakte ik kwijt en ik kon de stoffen niet goed straktrekken of voelen. Dat is heel spijtig. De poefen en de tafeltjes hier is eigen werk en daar kan ik nog van genieten. Het geeft mijn living ook mijn eigen kunstzinnige toets.”

“Nu sta ik voor een andere, zware uitdaging. Vorig jaar in februari voelde ik me grieperig, moe en lusteloos. Na vier weken ging ik naar de huisarts. Na enkele onderzoeken en scans kwam snel de diagnose: pancreaskanker. Ik zei onmiddellijk tegen mijn jongste dochter: ‘Nu ga ik dood.’ De arts bevestigde mijn gevoel: genezing is niet meer mogelijk. De behandelingen die ik nu krijg, zijn er om mijn leven te verlengen en om me meer comfort te geven. Ook al maakt de chemo me zo ziek, toch noem ik hem mijn vriend, want hij laat me langer leven. Nu krijg ik de chemobehandeling hier thuis. Ik vind dat fijner dan in het ziekenhuis, hoewel ik daar ook in goede handen ben. Het zijn er allemaal lieve mensen. Ik kan er geen slecht woord over zeggen. Het is raar hoe deze ziekte verloopt. Er zijn dagen dat ik me super voel. Ik weet dat het onrealistisch is, maar dan ben ik niet ziek. Ik zou dan zo op vakantie kunnen vertrekken, maar ik weet dat dit niet kan. Grote plannen maken is niet meer mogelijk. Ik moet de goede dagen nemen als ze er zijn.”

“Aan het einde wil ik niet denken, niet piekeren. Ik blijf wel vechten, en dat zo lang mogelijk. Ik wil leven, het uiterste eruit halen. Maar op een gegeven moment zal de dood onafwendbaar zijn. En dat ben ik me goed bewust. Er valt niks aan te veranderen. Daarom heb ik met de kinderen over mijn laatste wensen gepraat. Ze weten wat ik wil. Ik kies niet voor euthanasie, wel voor palliatieve sedatie. Een plots einde lijkt me heel erg moeilijk voor hen. Ik kan beter stilletjes inslapen. Ik wil geen pijn hebben. En ik wil een crematie, maar geen asverstrooiing. Zet me maar in een mooie urne op de kast, dan kunnen ze daar nog een keertje tegen mijn stof praten. Zoals mijn moeder altijd zei: ‘We komen uit stof en gaan terug naar stof.’ Want na de dood is er niets meer. Ook geen reïncarnatie, niets. Na de dood is het gedaan.”

“Nu dit gezegd is, hoeven we het daar niet meer over te hebben. Ik praat liever over de leuke kanten van het leven. Ik heb twee kleinkinderen Jef (3,5) en Julie (1). Ze geven me zoveel vreugde. Ik had niet gedacht dat ik de geboorte van Julie nog zou meemaken. Intussen is ze één jaar, zo snel gaat de tijd! En ze maakt me zo blij! Ik hoop dat wanneer mijn kinderen aan mij terugdenken, ze terugdenken aan kracht, blijheid en optimisme. Het leven is mooi als je liefde geeft, behulpzaam bent en elkaar geen pijn doet. Er is veel wat je gelukkig kan maken. De creativiteit is belangrijk, dat geeft voldoening. Ik hoop dat de band tussen mijn kinderen nauw kan blijven. Door mijn ziekte zijn ze nu vaak samen en ik hoop dat dit blijft. Misschien kunnen ze me op mijn verjaardag herdenken? Allemaal samen bij een lekker etentje? En dan mooie herinneringen ophalen. De sterke verbinding die er nu tussen hen is, moet voortbestaan.”

“Vandaag is het mooi weer, seffens ga ik nog een terrasje doen en lekker genieten. En morgen, als het weer slechter is, kijk ik naar de koers met mijn vriend, Pascal. Zo heb ik altijd wel wat te doen en verveel ik me niet. Hopelijk krijg ik nog heel wat tijd. En wie weet ontdekken wetenschappers ondertussen iets om te genezen. Daar droom ik stiekem over.”

Zonhoven, 12 april 2025.